OVER HET KEUREN VAN EIEREN

Als men eieren beoordeelt let men op het gemiddeld gewicht wat bij het ras hoort, de uniformiteit van de groep aangeboden eieren, de vormindex,  de versheid van het ei (luchtkamer en eiwit), de dooierkleur, de luchtkamer, de vuilschaligheid, eventuele scheuren, de structuur van de schaal, de schaalkleur die bij het ras hoort.

Het gemiddeld gewicht

Op de lijst gewichten van de Nederlandse hoenderrassen kunt u informatie over de gewichten lezen. Vergelijk deze eens met de gewichten van de eieren in het schema hieronder dat momenteel in de bedrijfssector gehanteerd wordt: Hennen die pas aan de leg zijn leggen kleinere eieren dan oudere hennen. Bij het ouder worden, worden ook de eieren zwaarder. In de supermarkt kunt u eieren kopen met de maten S(klein). Dit zijn eieren met een gewicht tussen 42,5 en 49,5 gram. Er zijn ook eieren met de maat M(medium). Deze eieren hebben een gewicht tussen 49,6 en 56,7 gram. Er zijn ook eieren met de maat L(groot). Deze eieren hebben een gewicht tussen 56,7 en 63,8 gram. De maat XL(extra groot) komt ook voor. Hier hoort een gewicht tussen 63,8 en 70,9 in. Leghennen leggen in de beginperiode eieren van ongeveer 60 gram. Dergelijke hennen leggen bij het ouder worden eieren van 65 gram.

Geel en legkracht

De legkracht kan op allerlei manieren bepaald worden. Onder andere de gele pootkleur van meerdere rassen geeft wat handvatten. Rassen met gele poten bouwen ook op andere plaatsen gele kleurstof op. Denk aan: poten, tenen, snavel, vetweefsel(huid). Dit geel wordt gevormd door erfelijke factoren en het voer. In het voer zit een percentage gele kleurstof. Na een goede legperiode is het zichtbaar dat de intensiteit van het geel afgenomen is. U ziet dat bijvoorbeeld aan de poten. De verdwenen gele kleurstof is opgenomen voor de eivorming. Onderzoek wees uit dat de opname van de gele kleurstof gebeurt in een bepaalde volgorde: gele ring bij de aarsopening, gele rand van de oogleden, oorlellen, snavel, poten. Is een hen nog helemaal geel na een veronderstelde legperiode dan kunnen er vraagtekens geplaatst worden bij de legkracht van deze hen.

Vormindex

Deel de breedte van het ei door de lengte en u heeft de vormindex. Als ideaal wordt een vormindex van 0,765 gezien. Een meer rond ei heeft een hogere vormindex. Een meer lang ei heeft een lagere vormindex.

Vormafwijkingen

Er zijn allerlei vormafwijkingen bij eieren mogelijk. Deze afwijkingen wijzen op ziekten als bijvoorbeeld Infectieuze Bronchitis(ruwschaligheid, gerimpeld ei) en Pseudovogelpest(afwijkende eipunt).

Luchtkamer

De grootte van de luchtkamer wordt mede bepaal door de bewaarconditie en het aantal dagen dat de eieren bewaard zijn. Hoe ouder hoe groter de luchtkamer. Hoe verser en eenvormiger hoe beter.

Eiwit

Doe een testje en u weet meer. Neem hiervoor een vers gelegd ei en een ei dat enkele weken oud is. Breek beide eierenvoorzichtig en laat hun inhoud voorzichtig op schoteltjes lopen. U ziet duidelijk een verschil. Verse eieren hebben een rand om de dooier van steviger en verhoogd eiwit. Bij oudere eieren loopt het eiwit gelijkmatig uit. Er is ook een relatie met het voer, de bewaartemperatuur en de gezondheid van de hen.

Dooierkleur

De kleur van de dooier wordt beïnvloed door de rode en gele kleurstoffen in het voer. De eieren van hennen die veel buiten lopen en groen kunnen pikken zullen donkerder dooiers hebben. Er is ook een relatie met de gezondheid van de hen. Hele lichte dooiers kunnen ook wijzen op ziekten.

Over Barnevelder eieren

De directeur van het proeffokstation in Amersfoort de heer G.J. Westerink schrijft in De kleinveeteelt van 23 september 1920 over Barnevelder eieren. Hierna enkele citaten:

-‘De vraag waarom voor koffie bruine eieren meer betaald wordt dan voor witte is niet gemakkelijk te beantwoorden’. ‘het ligt voor de hand aan te nemen dat men overtuigd is van de beterere kwaliteit van koffiebruine eieren’. ‘Inmiddels trachten wij in onze fokstammen Barnevelders de koffiebruine eierkleur vast te leggen’. ‘het gemiddeld gewicht van ongeveer 150 Barnevelder eieren, afkomstig zoowel van één- als van tweejarige dieren, bedroeg 62,7 gram’. ‘Een omstandigheid van minder algemeene bekendheid is dat Barnevelder eieren soortelijk zwaarder zijn dan witte’(11-15 %)’.

Een jaarlijkse eierkeuring

De Welsumerclub houdt jaarlijks een eierenkeuring. Secretaris M. Eissens schrijft er dit jaar over: ‘De Welsumerclub houdt elk jaar tijdens haar clubdag een eierenkeuring. Daarbij wordt er naast uiterlijk ook naar het gewicht gekeken. Alle ingezonden collecties Welsumereieren(zowel groot als kriel) worden gewogen. Er is zelfs een prijs te winnen voor de zwaarste collectie grote Welsumer eieren’. Een goed idee.

Piet Kroon

 

AAN DE LEG

Meer eieren door gerichte fokkerij, valnesten en licht

Ongeveer 1900 ontdekt de Amerikaanse fokker Tranced dat als je goed bijhoudt welke hennen de meeste eieren leggen en die hennen inzet voor de fokkerij het nageslacht meer eieren gaat leggen. Het is in de periode dat de erfelijkheidswetten van Mendel herontdekt worden. De legkracht wordt sterk bepaald door erfelijke factoren die hormonen aansturen die het leggen regelen. Het leidt tot grote veranderingen. In Avicultura staat in april 1930 al: ‘Het groote succes , dat de fokkers van bedrijfshoenders de laatste tien a vijftien jaren geboekt hebben bij hun pogingen de legcapaciteit van hun stammen op te voeren, danken zij ontegenzeglijk aan de toepassing van een meer of mindere nauwe inteelt in ’t eigen bloed der vogels’..

Valnesten waarmee men kan vaststellen welke hennen het beste leggen hebben daar een belangrijke plaats bij. In

Externe factoren

De resultaten van de opfokperiode worden ook bepaald door het aantal lichturen per dag, voeding, verzorging, huisvesting, de conditie, en de leeftijd van de fokdieren

Lichtintensiteit en daglengte(lichturen) hebben invloed op het wel of niet gaan leggen van hennen. Verlengt men de dag door met een tijdklok en een lamp bij te lichten dan mag u eieren verwachten. U stimuleert daarmee een natuurlijk hormonaal proces. De eieren niet rapen maar laten liggen in het nest heeft een omgekeerde hormonale werking. Er ontstaat een neiging om met het leggen te stoppen. Voer niet tijdens het legmoment van de hen. Het vormt een ernstige verstoring. Als de eieren kleiner blijven dan u gewend was dan kan de gezondheid of de voerkwaliteit een rol spelen.

Legwedstrijden

In de eerste helft van de vorige eeuw organiseerde men legwedstrijden. Men werkte ook met valnesten. Dat zijn legnesten waarbij er na het leggen een luikje viel waardoor de hen er niet meer uit kon. Zo kon men precies bepalen welke hennen er het meeste legden. Door met dergelijke hennen en hanen gefokt uit de eieren van deze eieren te fokken wist men het aantal eieren dat de hennen legden behoorlijk op te schroeven. Tijdens legwedstrijden werden de beste leghennen van de verschillende rassen ingezet; natuurlijk mede om de rassen te promoten. Hierna wat gegevens uit die tijd.

Eerste Nationale Legwedstrijd  Proeffokstation te Amersfoort.

Maandelijks overzicht 1 toten met 31 januari 1920. Ras Barnevelder(6 hennen). Gewicht 2,30-245 kg. Aantal eieren beneden de 43 gram: 0. Aantal eieren tussen 43-57 gram: 38. Aantal eieren zwaarder dan 57 gram: 34.

In het overzicht van februari lees ik dat er door de 6 Barnevelderhennen 34 eieren tussen 43 en 57 gram zijn gelegd en 86 zwaarder zijn dan 57 gram.

In het overzicht van maart staat dat er door de Barnevelderhennen 20 eieren zijn gelegd tussen 43 en 57 gram en 104 eieren zijn gelegd boven 57 gram. Bij andere deelnemende rassen de Leghorn en de Rhode Island Red komen nu ook geen lichtere eieren meer voor. Kennelijk gaat het om jongere hennen. De eieren van ouder wordende hennen worden immers zwaarder.

In de categorie middel-zware rassen wint J. van Droffelaar uit Barneveld met een toom Barnevelders. Het gaat om de hoogste waarde aan eieren. Zijn hennen produceerden 880 eieren met een waarde van 99,45 gulden. Zijn beste hen legde 182 eieren. In aantallen leggen Leghorns overigens beter. De jaren hierna zullen de resultaten behoorlijk verbeteren door, het gebruik van valnesten, gerichtere fok, verbeterde voeding enz. Ook andere Nederlandse rassen deden wel mee aan legwedstrijden. Denk aan: Welsumer, Noord-Hollands Hoen.

De legkracht van de rassen neemt in de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog mede door de legwedstrijden en de andere genoemde factoren  behoorlijk toe.

VERWONDERING

De kiemschijf is het kleine witte puntje op de dooier dat steeds bovenop de dooier komt drijven. Dat is maar goed ook. Het zorgt er namelijk voor de warmte van de broedende hen zo gelijkmatig mogelijk over de kiemschijven van de eieren verdeeld wordt. De kiemschijf is namelijk het begin van ieder kuiken. Ongeveer twee dagen voor het uitkomen beginnen de kuikens in de eieren van zich te laten horen. Ze piepen hormonen in de broedende kip actief die er voor zorgen dat de hen iets hoger gaat zitten. Dat geeft ruimte voor de kuikens die uitkomen.

Piet Kroon

 

 

Eikleur en eigewicht van de Nederlandse kippenrassen

RasEIGEWICHTEIKLEUR
Assendelfter 45 - 55 grbijna wit
Assendelfter kriel30 - 40 grbijna wit
Barnevelder55 - 65 grbruin
Barnevelder kriel 40 - 50 grlichtbruin
Brabanter50 - 60 grbijna wit
Brabanter kriel30 - 40 grbijna wit
Chaams hoen55 - 60 grbijna wit
Drents hoen45 - 55 grbijna wit
Drents hoen kriel 35 - 45 grbijna wit
Eikenburger kriel 25 - 35 grbijna wit
Fries hoen 40 - 50 grwit
Fries hoen kriel30 - 40 grwit
Groninger meeuw45 - 55 grwit
Groninger meeuw kriel35 - 45 grwit
Hengelose kriel (NE)35 - 40 grwit tot middelbruin
Hollands hoen50 - 60 grwit
Hollands hoen kriel30 - 35 grwit
Hollands kuifhoen 45 - 55 grwit tot bijna wit
Hollands kuifhoen kriel40 - 50 grwit tot bijna wit
Hollandse kriel25 - 35 grwit tot bijna wit
Kraaikop55 - 65 grwit
Kraaikop kriel 40 - 50 grwit
Lakenvelder45 - 55 grwit tot bijna wit
Lakenvelder kriel 30 - 40 grwit tot bijna wit
Nederlandse Baardkuif hoen 50 - 60 grwit tot bijna wit
Nederlandse Baardkuif hoen kriel40 - 50 grwit tot bijna wit
Nederlandse Sabelpoot kriel35 - 40 grwit tot middelbruin
Nederlandse Uilebaard50 - 60 grwit
Nederlandse Uilebaard kriel30 - 40 grwit
Noord Hollands hoen 55 - 65 grcrème tot bruin
Noord Hollands hoen kriel45 - 55 grcrème tot bruin
Schijndelaar 50 - 65 grzacht groen
Schijndelaar kriel (NE)20 - 35 grzacht groen
Schijndelaar Midden (NE) 30 - 50 grzacht groen
Twents hoen55 - 65 grcrème tot geelbruin
Twents hoen kriel 30 - 40 grcrème tot geelbruin
Welsumer55 - 65 grbruin - donkerbruin met roodbruine spikkels, matglanzend
Welsumer kriel 40 - 50 grbruin - donkerbruin met roodbruine spikkels, matglanzend

Juni 2017

Bronnen:  Ad Boks: onderzoek in Vijfdelige Standaard(1950).

Piet Kroon: onderzoek in pluimveeliteratuur, contacten met speciaalclubs, fokkers en overige rasinformatie.

Gert Riezebos: Metingen in Pluimvee Museum en in opleiding toetsing aan kleurwaaier.