Tijdlijn

Tijdlijn Nederlandse Hoender- en Dwerghoenderrassen

26 miljoen jaren voor het begin van onze jaartelling leven er ook in Europa al hoenders.

2,5 miljoen jaren voor het begin van onze jaartelling. IJstijden zijn de oorzaak van het verdwijnen van de hoenders uit Europa.

1500 jaren voor onze jaartelling. Er worden in Azië en Egypte hoenders gehouden.

800 jaren voor onze jaartelling. Er komen in Europa, ook in het westelijke deel, hoenders voor. Het is aannemelijk dat deze hoenders de voorouders zijn van meerdere patrijskleurige landhoenders. Denk hierbij ook aan het Drentse Hoen. Omstreeks het begin van onze jaartelling. De Romeinen nemen hun hoenders mee naar plaatsen overal in Europa. Deze dieren worden gebruikt als vechthoenders en ook ingezet als waarzeggers. De Romeinen kennen al acht rassen.

768-814. Keizer Karel de Grote regeert. Stelt pluimgraven aan. Zij controleren onder andere de aantallen verplicht te houden hoenders op boerderijen. Het gaat hier natuurlijk om controle op belastinginning in natura. Hoenders worden eeuwen in ons land gebruikt om belasting in natura te betalen. Denk hier vooral om de patrijskleurige voorouders van bijvoorbeeld een in West-Europa veel gehouden patrijskleurig hoen waaruit de Drents Hoen ontstond. Hetzelfde geldt voor de gepelde hoenders die veel voorkomen langs de West-Europese kustgebieden en waaruit bijvoorbeeld het gepelde Fries Hoen ontwikkelde.

1000. Er is een intensieve handel via scheeprsroutes naar landen aan de Oostzee en de Middellandse zee. De schepen nemen niet alleen waren maar ook bijzondere dieren mee naar hier. 1475. Peter Jasperz houdt witte kippen met zwarte kuiven. Hij woont in Kennemerland.

1500. Vanaf ongeveer 1500 laten door internationale handel rijk geworden Nederlanders honderden grote ͚buitens͛ bouwen waar ze om zich te onderscheiden velen allerlei bijzondere dieren houden. Zo komen er ook hoenders met bijzondere kenmerken naar ons land. Beroemde kunstenaars schilderden ze voor hen om ook binnenshuis te kunnen pronken. Denk bijvoorbeeld aan Jan Steen, ͚d Hondecoeter en Albert Cuyp.

1500. Hollandse Kuifhoenders. In Nederland voorkomend in 15e of 16e eeuw. Ze worden al vastgelegd door kunstenaars uit die tijd

1500. Nederlandse Baardkuifhoenders. Net als Hollandse Kuifhoenders in dezelfde tijd uit Oost-Europese landen meegenomen.

1500. Kraaikop. Dit ras is ontwikkeld uit rassen die in de zestiende eeuw werden geïmporteerd

1500. De gepelde rassen. Assendelfter. Dit ras is een van de gepelde rassen die langs het Noordzeegebied voorkomen. Hoewel het waarschijnlijk erg oud is werd het ras pas in 1940 erkend. Hollandse Hoen. De gepelde variant is al erg oud. Al in de Middeleeuwen werden in ons land gepelde hoenders geschilderd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Breugels De Volkstelling. Friese Hoen. Al eeuwen worden er in Friesland gepelde hoenders met pellen als tarwekorrels gehouden. Een Friese schilder maakte in de zeventiende eeuw zelfs een voorstelling van de Bijbelse figuren Abraham en Sara met in hun omgeving…Friese Hoenders. Chaamse Hoenders. Het ras met de gebande pelling. Het wordt tot het einde van de negentiende eeuw in West Brabant veel gebruikt in de kapoenfokkerij. Groninger Meeuwen. Pelhoenders met blokpelling.

1600. Nederlandse Uilebaard. Dit ras werd al meerdere malen geschilderd voor de elite van de samenleving in de zeventiende en achttiende eeuw. Een bijzonder treffend werk is van de schilder Aert Schouman.

1600. Brabanter. Al in onze Gouden eeuw werd en er op meerdere doeken door meerdere schilders niet alleen varianten maar ook goede Brabanters met platte kuif, baard en tweehoornige kam vastgelegd.

1700. Lakenvelders. Over de ouderdom van de Lakenvelders blijft het moeilijk iets te vermelden. Een oud reisverhaal uit 1727 is een verwijzing. Verder bestaat er een oude prent uit de eerste helft van de negentiende eeuw naar aanleiding van een nog ouder schilderij waarop ze voorkomen. Dat wijst erop dat het ras al eeuwen oud is. Het tekeningbeeld komt bij meerdere diersoorten voor.

1750. Ongeveer 1750 begint men hier te experimenteren met broedmachines. Het heeft nog weinig succes.

1850. Nederlandse Sabelpootkriel. Dit ras heeft zich vanaf ongeveer 1650 uit Aziatische voorouders ontwikkeld tot de Nederlandse Sabelpootkriel.

1870. Er ontstaan pluimveetentoonstellingen in ons land.

1870. Hollandse Kriel. In voorgaande eeuwen langzaam ontwikkeld uit oude Nederlandse landrassen.

1880 Ongeveer dit jaar ontdekt William Cook het heterosiseffect; kruisingen van rassen leveren meer productie van vlees op. Het duurt nog tientallen jaren voor deze vondst de rashoenders uit de productiesector gaat verdringen.

1880. Er komen broedmachines op de markt. Na de eerste Wereldoorlog verschijnen de eerste elektrische broedmachines. Ze krijgen veel invloed op de fokkerij en de ontwikkeling van de rassen.

1883. Vanaf dit jaar komen er in ons land in de grote steden pluimveeverenigingen.

1890 begint het gebruik van petroleumlampen in hoenderhokken een vlucht te nemen. Men bevordert er een langere legperiode mee.

1890. Hollandse Kuifhoenkriel. In Engeland showt de heer W.F. Entwisle het ras in 1890. In ons land komt de heer Hoogendijk er in 1920 mee.

1890. Nederlandse Baardkuifhoenkriel. Zie Hollandse Kuifhoenkriel.

1900 De Nederlandse Hoender Club (N.H.C.) wordt opgericht. De N.H.C. richt zich aanvankelijk vooral op rassen die van oudsher van Nederlandse bodem komen. Men is er op dat moment van overtuigd dat deze keuze ook betere nutresultaten op zal leveren.

1900 De erfelijkheidswetten van Mendel worden herontdekt en krijgen grote invloed op de ontwikkeling van rassen.

1900. Hollandse Hoenkriel. In 1900 toont de heer S.G.A. Dorenbos ze voor het eerst.

1901. De Vereniging tot bevordering der Pluimveehouderij in Nederland (V.P.N.) wordt opgericht. De V.P.N. richt zich het meest op de nutaspecten. Er komt een nutstandaard van Nederlandse hoenderrassen. De V.P.N. houdt zich o.a. bezig met de verbetering van de Barnevelder en de Welsumer.

1910. De Barnevelder ontstaat uit de groeiende behoefte mooie donkerbruine eieren te kunnen leveren aan vooral de Engelse markt. Barnevelderfokkers gebruikten hiervoor al in de negentiende eeuw bruine eieren leggende rassen. Uiteindelijk ontwikkelt in de overtuiging dat dit beterere resultaten op zal leveren de behoefte aan rasvorming. Het ras de Barnevelder wordt vooral in de twintigerjaren een groots succes.

1910. Wat hierboven is geschreven over de Barnevelder geldt in grote lijnen ook voor de Welsumer. Er hebben hier dezelfde maar ook andere rassen een rol gespeeld.

1916. De Welsummer Vereniging ziet het levenslicht.

1916. D.V. De Algemene Bond van Dwerghoenderfokkers wordt opgericht.

1919 De Groninger Meeuw wordt erkend als een zwaarder landhoen dan het Fries Hoen

1921. De Vereniging De Barnevelder wordt opgericht. In dat jaar wordt ook de pluimveefokkerskring De Beste Barnevelder opgericht. 1922. De Fryske Hinneklub ziet het levenslicht. Het initiatief hiertoe komt van de heren Van de Berg, Pieterzen en Loor.

1924 De Barnevelder Club wordt opgericht.

1925. Nederlandse Kuif- en Baardkuifhoenderclub wordt gestart. Na enkele jaren gaat de club op in de N.H.C..

1925. De Kraaikopkriel wordt voor het eerst getoond door de heren L. van Muilwijk en A.P. Heynis.1925. De Nederlandse Uilebaardkriel verschijnt voor het eerst op een show. De heren W.F.S. Etteger en E. Werner komen ermee.

1925. Een Brabanterkriel van de heer W.F.S. Etteger bewondert men al in 1925.

1927. Door een initiatief van de Rijksvoorlichtingsdienst voor Pluimvee komt de Nederlandse Vereniging tot verbetering van het Welsumer hoenderras van de grond. Met ijvert vooral voor de nutaspecten.

1927. Barnevelderkriel. De heer Giesen(DL.) brengt dit ras. In hetzelfde jaar komt ook de heer H.A. Peters(NL.) ermee.

1930. De zwarte en witte Barnevelder Vereniging wordt opgericht. U hebt inmiddels gemerkt dat er in die tijd veel eenheid is rond dit ras.

1930. Friese Hoenkriel. In 1930 ziet het ras het licht.

1935. Welsumerkriel. Engelse en Duitse fokkers creëren dit ras al voor de Tweede Wereldoorlog. In ons land verschijnt het in 1952.

1936. Lakenvelderkriel. De heer M.L. Scheper verschijnt met dit ras.

1941. Twentse Hoenkriel. De heer H.J. Siemerink komt er in 1941 mee.

1940-1945 Door graantekorten neemt het aantal hoender s in ons land enorm af.

1946. De Hollandse Krielenfokkersclub ziet het daglicht.

1948. Groninger Meeuwkriel. In 1948 brengt de heer Rooken ze voor het eerst op een tentoonstelling.

1949. De Nederlandse Sabelpootclub wordt opgericht.

1950 Er komen steeds meer gebruikshybriden in de pluimveehouderij. Dit betekent dat o.a. het Noord-Hollands Hoen, de Barnevelder en de Welsumer meer en meer uit de nutsector verdwijnen.

1950. De tegenwoordige Barnevelder Club wordt opgericht. Men start met 13 leden.

1960. Drentse Hoenkriel. De heer R.W. de Boer heeft de eer.

1965. De heer Oosterhoff neemt het initiatief om de Drentse Hoenfokkers Club op te richten.

1969. Oprichting van de huidige rasvereniging de Welsumer Club.

1975. Eikenburger. De heer Verhagen presenteerde het ras in 1975.

1980. De Nederlandse Kuif- en Baardkuifhoenderclub gaat van start.

1980. De Lakenvelderclub komt van de grond door de inzet van de heer Hulleman.

1980. De Groninger Meeuwen Club wordt opgericht. Vooral de heer Claessens maakte er zich sterk voor.

1980. Noord-Hollandse Hoenkriel. In 1980 presenteerden J.A. Peters en J.L. Meijer dit ras.

1981. Assendelfterkriel. De heer J.L. Meijer brengt ze voor het eerst.

1983. Door een initiatief van de heer M.J.M. Zuidema wordt de Assendelfter en Noord-Hollandse Blauwen Club opgericht.

1985. De Twentse Hoenclub gaat van start.

1985. De speciaalclub voor fokkers e liefhebbers van Brabanters, Kraaikoppen en Nederlandse Uilebaarden, kort gezegd B.K.U.-club, komt door een initiatief van de heer Alb. Jansen van de grond.

1985. De Hollandse Hoenfokkersclub ziet het daglicht.

1998. Wetenschappers van de Landbouw Universiteit Wageningen brengen het DNA van de Nederlandse hoenderrassen in kaart. De studie levert op dat er grote verschillen zijn in genetisch materiaal. Er blijken overeenkomsten tussen: Nederlands Baardkuifhoen, Nederlandse Uilebaard,Hollands Kuifhoen, Kraaikop en Brabanter. Ook de volgende rassen blijken genetisch verwant: Groningen Meeuw, Drents Hoen, Fries Hoen, Assendelfter, Hollands Hoen en Hollandse Kriel. De genetische verwantschap van de Barnevelder, de Welsumer en het Noord-Hollands Hoen blijkt duidelijk. De Lakenvelder, de Nederlandse Sabelpoot en het Twents Hoen vormen een restgroep. Binnen de rassen blijken de genetische verschillen klein te zijn.

2000. De heer Kaasenbrood toont zijn nieuwe ras deSchijndellaar tijdens de Jubileumtentoonstelling van de N.H.C.

2015. Schijndelaarkriel. Dit ras is nog in ontwikkeling door de heer R. Kaasenbrood.

2016. Er start een studie naar de verdwerging van de Nederlandse Hoenderrassen. Vanuit de Universiteit Wageningen is er contact en informatie uitwisseling. De onderzoekers willen onder andere graag weten welke rassen er een rol speelden bij de verdwerging van rassen en welke factoren zorgen voor verdwerging.

Piet Kroon